.. / WWIK / Beroepsmatigheid

Beroepsmatigheidsonderzoek: Aantonen van beroepsmatig werken

Om in aanmerking te komen voor de WWIK, of om in de WWIK te kunnen blijven, moet een kunstenaar aantonen dat hij beroepsmatig werkt. Dit moet blijken uit het beroepsmatigheidsonderzoek dat Kunstenaars&CO in opdracht van de centrumgemeenten uitvoert.

Voorbeeld Beroepenlijst
Voor het invullen van het beroepsmatigheidsformulier zijn de juiste omschrijvingen nodig voor beroep en werkgebied. De juiste termen staan in de Beroepenlijst van 2010.


In beweging
De kunstwereld is altijd in beweging: voortdurend ontstaan nieuwe werkvelden. Maar wat vast staat is wat er, voor de WWIK, onder een beroepsmatig werkend kunstenaar wordt verstaan. Dat is waar de beroepsmatigheidsonderzoekers van Kunstenaars&CO kritisch naar kijken bij een beoordeling.

Maar hoe werkt het vaststellen van de beroepsmatigheid in een wereld die zo moeilijk definieerbaar is als de kunst? ‘Dit verloopt heel zakelijk,’ vertelt Rachel van Nunen, beroepsmatigheidsonderzoeker op de afdeling BMO van Kunstenaars&CO. ‘Wij vragen om meetbare resultaten, op schrift, op het vlak van productie, presentatie, positie en inkomen. Maar die plaatsen we natuurlijk wel in de context van de beroepspraktijk van de kunstenaar. We verwachten van een schrijver echt niet elk jaar een nieuw boek. Of een vast aantal doeken van een beeldend kunstenaar. Wel bekijken we of iemand kansen grijpt of laat liggen.’

Nieuwe werkvelden

Meetbare resultaten plaatsen in de context van de beroepspraktijk is geen eenvoudige klus. Een goede kennis van de kunstwereld is hierbij onmisbaar. Er duiken steeds weer nieuwe werkvelden op. Zoals de combinatie dj/vj, of de virtueel werkend kunstenaar. Rachel van Nunen: ‘Zo gauw wij zoiets zien ontstaan, gaan we op onderzoek uit. We hebben contact met deze pioniers en volgen wat er speelt in het werkveld. Daaruit formuleren we de kaders voor beoordeling, want je kunt geen innovatieve activiteiten in de bestaande vakjes stoppen. Maar de leidraad staat vast: is iemand beroepsmatig bezig en is er een circuit dat die professionaliteit erkent?’